Aandoeningen

Hoewel gesteld kan worden dat de Australian Labradoodle een gezond ras is, en er bij leden van de ALAEU zoveel mogelijk gefokt wordt met goed geteste ouderhonden is het helaas niet zo dat er nooit ziektes voorkomen bij deze honden. Dat is ook onmogelijk, omdat we nu eenmaal met echte levende wezens te maken hebben. En hoeveel we ook testen en selecteren, een ziekte kan zich altijd op jonge of op oudere leeftijd toch openbaren. Het is in ieder geval zeer goed om, in geval van een geconstateerde ziekte bij uw hond, uw fokker daarvan op de hoogte te brengen. Indien er sprake is van een ziekte met een erfelijke component is het voor de fokker onontbeerlijk om deze informatie te hebben ter verbetering van zijn fokprogramma. Hieronder volgen een aantal ziekten die waargenomen zijn bij Australian Labradoodles. Het is zeker niet zo dat deze ziekten veelvuldig voorkomen, maar het is goed om informatie over deze aandoeningen te delen.

Allergieën
Hoewel de Australian Labradoodle is gefokt als hond voor mensen die last hebben van een allergie voor honden, heeft hij zelf ook nog wel eens last van een allergie. Die allergie kan zich vooral uiten in maag- en darmproblemen, oorontstekingen, jeukende pootjes en vachtproblemen. Bij honden blijken huisstof, huisstofmijten, graszaad en voedsel vaak de boosdoener. Echter ook luizen, teken, vachtmijten en schimmels kunnen huidklachten geven. Om vast te stellen of een dier echt allergisch is moeten eerst deze oorzaken van huidproblemen worden uitgesloten. Om een voedselallergie uit te sluiten kan men de hond gedurende 6 weken speciaal dieetvoer geven. Als er verbetering zichtbaar is is voedsel een zeer waarschijnlijke oorzaak. Doodles kunnen nog wel eens overgevoelig reageren op graan dat in veel soorten brokken is verwerkt en ook kippeneiwit kan een boosdoener zijn. Ook een allergietest uitgevoerd door een dierenarts behoort tot de mogelijkheden om de oorzaak op te sporen. Lang niet altijd wordt een oorzaak gevonden.

Wat doet de ALAEU om allergiën te voorkomen:
Helaas zijn er teveel mogelijke oorzaken voor allergiën. Het is aan de individuele fokker om al dan niet te fokken met een hond met een bepaalde allergie. Dit hangt ook af van de het gekozen ouderpaar en de ernst van de allergie.

Diarree en overgeven
Dit is geen erfelijke ziekte, maar komt wel regelmatig voor, vandaar dat we wel wat tips willen geven. Vrijwel iedere hond zal wel eens last hebben van diarree of overgeven. Natuurlijk kan er sprake zijn van iets ernstigs, maar vaak is het ook gewoon onschuldig en verdwijnt het na een paar dagen vanzelf. Indien dat niet het geval is, is het raadzaam de dierenarts te bellen. Let er op dat een die hond last heeft van diarree of overgeven wel blijft drinken. Eten is niet zo belangrijk. Als hij wel wil eten, geef dan iets dat licht verteerbaar is, zoals bijvoorbeeld gekookte kip.

Problemen met de ontlasting kunnen ook vaak een teken zijn van het feit dat de hond het voedsel dat hij normaal gesproken krijgt niet goed verdraagt. Veel soorten voedsel (brokken) hebben graan als bestanddeel en veel honden verdragen dat niet goed. Probeer eens een brok zonder granen, of nog beter vers vlees (bv Carnibest). Vaak zal er een enorme verbetering in ontlasting (en als bijkomend voordeel ook in de algehele conditie) waar te nemen zijn.

Elleboogdysplasie (ED)
ED is een aandoening die zich vaak al bij jonge honden openbaart. Bij deze honden ontwikkelt het ellebooggewricht zich niet normaal. Er bestaan verschillende vormen van ED, maar allen komen neer op een probleem in het ellebooggewricht.
Als belangrijkste oorzaken kunnen worden genoemd (in willekeurige volgorde):
1- Snelle groei: het komt vaker voor bij zware en grote honden dan bij kleine en lichte hondjes
2- Erfelijkheid
3- Overvoeding: te veel mineralen, calorieen en vitaminen.
4- Onevenwichtige beweging op jonge leeftijd
Meestal doen de eerste symptomen zich voor tussen de 4 en 8 maanden. Je ziet kreupelheid van de poot en/of stijfheid na rust. Middels een rontgenfoto kan een definitieve diagnose worden gesteld. Afhankelijk van de ernst wordt een behandeling voorgesteld die kan bestaan uit medicijnen, bewegingsvoorschriften, een dieet of operatief ingrijpen.

Wat doet de ALAEU om elleboogdysplasie te voorkomen:
Om de erfelijke factor zo gering mogelijk te laten zijn worden alle ouderdieren bij de ALAEU getest op ED en mag er alleen worden gefokt met dieren met normale ellebooggewrichten. Daarnaast is het natuurlijk de taak van de eigenaar van de doodle om goed op voeding en beweging te letten. Uit de auto springen, van een trap af lopen, van duinen en heuvels afrennen, zijn allemaal dingen die een pup beter niet kan doen. Goede voorlichting is belangrijk.

Epilepsie
Een hond met epilepsie heeft herhaaldelijk toevallen (dus niet zomaar 1 keer en daarna nooit meer). Deze toevallen ontstaan door een verstoorde functie van de hersencellen. Deze verstoring kan veroorzaakt worden door een ziekte of een afwijking van de hersenen zelf, maar kan ook het gevolg zijn van een ziekte ergens anders in het lichaam. Vaak is er geen oorzaak te vinden elders in het lichaam: dan spreken we van primaire epilepsie. Primaire epilepsie komt bij veel verschillende hondenrassen voor. Ook bij de Australian Labradoodles komt het voor, maar niet veel. Er bestaat het vermoeden dat het erfelijk kan zijn. Na een eerste toeval is het altijd noodzakelijk een dierenarts raadplegen. Een behandeling zal vrijwel nooit het effect hebben dat toevallen volledig verdwijnen. Het hoogst bereikbare resultaat is het verminderen van het aantal aanvallen en het verminderen van de ernst van de aanvallen. Een juiste dosering van de medicijnen moet proefondervindelijk worden vastgesteld. Ook bestaat er secundaire epilepsie. Dit is niet erfelijk, maar een gevolg van een andere aandoening zoals bijvoorbeeld een tumor.

Wat doet de ALAEU om epilepsie te voorkomen:
Het enige dat de ALAEU kan doen om epilepsie te voorkomen is niet te fokken met dieren die lijden aan de primaire vorm van epilepsie en bij het fokbeleid en het kiezen van de combinaties rekening te houden met voorgekomen gevallen van epilepsie. Daarom is het van groot belang uw fokker en de ALAEU te informeren wanneer uw hond aan epilepsie lijdt.

Heupdysplasie (HD)
Het heupgewricht is een kogelgewricht en bestaat uit een bovenbeenkop en een heupkom. Wanneer de bovenbeenkop en de heupkom nauw aansluiten geeft dit samen met de spiergroepen een goede stabiliteit. Bij heupdysplasie sluiten kop en kom niet goed op elkaar aan. Dit zorgt voor instabiliteit en pijn en op latere leeftijd voor artrose.
Als oorzaken kunnen worden genoemd (in willekeurige volgorde)
1. Snelle groei op jonge leeftijd en gewichtstoename
2. Erfelijkheid
3. Overvoeding
4. Overmatige en verkeerde beweging
De symptomen van HD hangen af van de leeftijd van de hond. Bij jonge honden zie je vaak instabiliteit van de heupen en zwalken van de achterhand. Bij wat oudere honden zie je meer kreupelheid en stijfheid. Uiteindelijk ontstaat altijd artrose.
De behandeling van HD bestaat bij honden meestal in eerste instantie uit het zorgen voor een juist gewicht (en zeker niet te zwaar), de juiste voeding met eventueel wat speciale supplementen, en de juiste beweging eventueel aangevuld met ontstekingsremmers/pijnstillers. Een operatie is ook mogelijk. Dit is ingrijpend, kostbaar en vergt een gedegen revalidatietraject, maar kan zeker goede resultaten geven.

Wat doet de ALAEU om Heupdysplasie te voorkomen:
Alle fokhonden worden getest op HD en gekeurd door de OFA in Amerika. De score moet minimaal fair (= normaal) of beter zijn, met dien verstande dat als 1 van de 2 fokhonden fair heeft, de andere minimaal score good moet hebben. Daarnaast is goede voorlichting belangrijk omdat namelijk ook foutieve beweging, overgewicht en/of te snel groeien HD kunnen vooroorzaken. Traplopen, springen, rennen op gladde vloeren en ongecontroleerd achter balletjes aanrennen zijn zaken die zeker op puppyleeftijd vermeden moeten worden. Daarnaast is het belangrijk om regelmatig lichaamsbeweging te geven en niet door de week steeds een korte wandeling en dan in het weekend uren door het bos gaan lopen.

Oogziekten
Er bestaan veel erfelijke oogziekten die niet met DNA aangetoond kunnen worden. Deze zijn wel waar te nemen tijdens een oogtest. Het voert te ver om een volledige beschrijving van alle mogelijke oogziekten te geven. Maar raadpleeg uw dierenarts wanneer u het idee heeft dat uw doodle niet goed ziet, regelmatig rode en/of vieze ogen heeft of het u opvalt dat de oogleden opvallend naar binnen of naar buiten krullen.

Wat doet de ALAEU om deze oogziekten te voorkomen
Voorkomen kan helaas niet, beperken wel. Alle ALAEU-fokhonden ondergaan elk jaar een oogtest. Mocht daar een bepaalde oogziekte geconstateerd worden dan wordt in bepaalde gevallen niet langer met deze hond gefokt.

Oorontsteking
Australian Labradoodles zijn door hun hangende oren en de haren die in hun oren groeien gevoelig voor ooronstekingen. Een ooronsteking is te herkennen doordat de hond met zijn kop langs een muur of iets dergelijks gaat schuren, gaat schudden met zijn kop, gaat krabbelen met zijn poten aan zijn oren en er een vieze zurige lucht uit de oren komt. Wanneer je dan in de oren kijkt zie je vaak dat de oren rood zijn en er veel zwart/donkerbruin oorsmeer te zien is.

Wanneer er eenmaal sprake is van oorontsteking is behandeling noodzakelijk. Een bezoek aan de dierenarts is dan op zijn plaats. Ter voorkoming van oorontsteking is het belangrijk om de haren onder de oren heel kort te houden. Tevens is het goed om de oren 1 x per maand te reinigen met speciale oorlotion (bv epi-otic). De meningen over het uit de oren plukken van de haren zijn verdeeld. Er zijn dierenartsen die zeggen dat het uit de oren trekken van de haren juist ontstekingen veroorzaakt. Er ontstaan dan namelijk minuscule wondjes waar bacteriën vrij spel in hebben. Andere dierenartsen zeggen juist weer dat het goed is om de haren eruit te trekken, maar dan niet allemaal tegelijk maar voorzichtig en verdeeld over een aantal dagen.

Wat doet de ALAEU om deze oorontstekingen te voorkomen
Aangesloten fokkers moeten zo goed mogelijk voorlichting geven over het schoonhouden van de oren. Het is aan de eigenaar van de hond om deze adviezen op te volgen.

Patellaluxatie
Patellaluxatie of losse knieschijven is een veel voorkomende aandoening bij kleine hondenrassen. We zullen deze aandoening dan ook eerder tegenkomen bij de mini's dan bij de standaards. Hierbij schiet de knieschijf regelmatig van de plaats waardoor een kreupele gang ontstaat. De meeste vormen van patellaluxaties kunnen worden verholpen door een operatie.
Als oorzaken van patellaluxatie kunnen worden genoemd (in willekeurige volgorde)
1. Erfelijkheid
2. Een ongeluk
3. Andere ziekten, zoals bijvoorbeeld de ziekte van Cushing, kunnen er voor zorgen dat de knieschijf losser in de kraakbeensleuf ligt.
Patellaluxatie kan worden gesignaleerd doordat de hond af en toe door de betreffende poot zakt, maar ook kan er sprake zijn van een altijd aanwezige afwijkende loop waarbij de dieren met de knieën naar buiten lopen.

Wat doet de ALAEU om patellaluxatie te voorkomen
Alle ouderdieren geboren na 01-01-2012 worden bij de ALAEU getest op patellaluxatie. 

PRA/PRCD
PRCD/PRA oftewel progressieve rod-cone degeneratie / Progressieve Retina Atrofie zijn erfelijke oogziekten waardoor een hond op latere leeftijd blind wordt.

Wat doet de ALAEU om PRA/PRCD te voorkomen:
Alle honden (of hun ouders) worden getest op PRA/PRCD. Omdat voor het krijgen van PRA/PRCD twee dragende honden nodig zijn en het bij de ALAEU verboden is om twee honden die drager zijn met elkaar te kruisen, kan PRA/PRCD niet voorkomen bij Australian Labradoodles die van een bij de ALAEU aangesloten fokker vandaan komen.

Ziekte van Addison
De ziekte van Addison is een ziekte van de bijnierschors en is niet speciaal voor Australian Labradoodles, maar komt bij meer rassen voor. Het lastige van de ziekte van Addison is dat het moeilijk te herkennen is en daardoor wordt de diagnose wel eens gemist. De hond voelt zich vaak niet lekker, is wat sloom, last van diarree of overgeven, etc. Bijzonder is wel dat het steeds terugkerende verschijnselen zijn. In het geval dat uw hond dus keer op keer last heeft van dergelijke verschijnselen doet u er goed aan de dierenarts te wijzen op de mogelijkheid van Addison. De ziekte kan worden aangetoond door een bloedtest en een ACTH test. Wanneer de ziekte niet wordt behandeld kan de hond uiteindelijk in shock raken en overlijden aan de ziekte. Wanneer de diagnose echter tijdig wordt gesteld kan de hond met de juiste dosering medicijnen goed leven.
Het vermoeden bestaat dat de ziekte van Addison erfelijk is en van meerdere genen afhankelijk is. De wijze waar de ziekte vererft is (nog) niet wetenschappelijk vastgesteld.

Wat doet de ALAEU om de Ziekte van Addison te voorkomen
Bij de ALAEU registreren we lijders en ouders van lijders waardoor met het fokken zo zorgvuldig mogelijk gekeken kan worden naar combinaties van ouders die zo min mogelijk risico hebben op het krijgen van nakomelingen met de ziekte van Addison. Uiteraard wordt met honden die lijden aan de Ziekte van Addison niet gefokt. Helaas is er nog geen DNA marker die aantoont of een hond de Ziekte van Addison kan vererven, omdat er nog te weinig Australian Labradoodles met Addison zijn om zo'n marker te kunnen ontwikkelen.